Van hoe het allemaal begon tot het heden ...We schrijven eind februari 1998 in de Gentse binnenstad.
Het fin-de-siecle-syndroom giert door de nauwe steegjes en over de talrijke marktpleinen die de Arteveldestad rijk is. Burgemeester Frank Beke zet zijn eerste stappen in de renaissance van het epicentrum der Stroppendragers. De voetbalminnende Gentenaars ontwaken net uit roemrijke tijden van Europese hoogdagen en blijven de subtop versieren met topschutters en attractief vertier.
Creatie zit in ons aller aderen, en wil bij twintigers soms vreemde wendingen nemen. Van procreatie was nog weinig sprake, althans niet als dusdanig doel op zich. Hoewel de term midlife-crisis dikwijls schimpend mannen van 50 tracht te raken in hun doen en laten, mag blijkbaar niet onderschat worden dat ook twintigers streven naar behoud, nostalgie, bendevorming, bodycultus, gadget-manie, statussymbolen en ander haantjesgedrag.
Uitgerekend in deze sfeer ontstond een bodem voor nieuw talent, een vangnet voor verstotenen en een reünie van oude gloriën.
Dat drie jongeren, ter gelegenheid van een verjaardagsfeestje in een herberg met de welluidende naam “Maagd van Gent” samenhokten en een pact sloten zoals zo dikwijls tussen pot en pint gebeurt, zal wellicht een toevallige samenloop van omstandigheden mogen genoemd worden. Maar dat uit dit pact ook een leven, een familie en bij momenten zelfs een structuur mocht groeien, is een bewijs van moed, durf en doorzetting van een groep krijgers pur sang.
Wat daarop volgde, was zonder meer een succesverhaal.
De clubnaam werd als snel een zekerheid. De combinatie van de Gentse roots, de Latijnse jeugd en de Italiaanse Juventussucessen bracht ineens een samenvatting van wat komen zou.
De clubkleuren werden bepaald door de eerste uitrusting: oranje-wit. Dat oranje verwijst naar de talrijke Hollandse invloeden in en rond de ploeg, en deze blijft voelbaar in spel en aanpak.
De ploeg startte haar eerste seizoen in de tweede afdeling van het Vrij Gentse Voetbalverbond. Het pittoreske Claeys Bouaertpark in Mariakerke werd als thuisterrein als snel een gevreesde bestemming voor menig tegenstander. Doelpunten vlogen de neofieten weliswaar om de oren, maar er werden ook koplopers geklopt en uitwedstrijden gewonnen. Deze thuisbasis staat nog steeds bekend om de moerassigste pleinen en de warmste kasteeldouches uit de geschiedenis.
Nadien ging JuGentus wat zwerven over de Gentse velden. Er was een stevige basiskern, maar de visvijvers van de opleiding geneeskunde, voormalige jeugdbewegingen en Hollandse dierengeneeskunde bleken degelijke versterkingen te brengen.
Via het Storyplein, over Sint-Denijs-Westrem, langs de Papiermolenstraat belandden de -intussen volledig witte- vedetten op de huidige Blaarmeersen, waar het aangenaam shotten en toeven blijkt.
Het succes beperkte zich echter niet tot de zone 09. In (…) startte de traditie naar Amsterdam te trekken voor het WV-HEDW internationaal tornooi, hetgeen 3 achtereenvolgende jaren de Pinksterdagen in de vlammen zette. Schotten, Polen, Engelsen, Duitsers en Nederlanders gingen voor de bijl, en vooral de eerste editie als vice-kampioen staat hoog op het JuGe-palmares.
In het gewone zaterdaagse leven blijft JuGentus de trotse eigenaar van de titel “hoe jullie niet hoger geklasseerd staan; jullie waren de sterkste tegenstander van het jaar; volgend jaar promoveren zit er zeker in”.
Naast gracieuze uitrustingen, sierlijke opwarmingen en originele verbandskisten staat La JuGe ook steeds garant voor een emotionele en geëxtra’poll’eerde variatie tussen tekort en overdaad aan spelers.
Als gereputeerde bakermat van internationaal keeperstalent houden ze er dan ook een drukke transfermarkt der goalies op na, die wel eens voor hiaten durft te zorgen, maar de immer Chinese vrijwilliger brengt troost en kattesprongen.
De verdere professionalisering van bestuur, omkadering en infrastructuur werpt verder haar vruchten af, zodat seizoen 2006-’07 kon uitgeroepen worden tot “jaar van de appelsien”, dankzij het kleurrijke aantrekken van een gediplomeerde délégué en dito trainer.
Zo bereikte FC JuGentus in 2008 het decenniumjaar, het tinnen jubileum, en gaat verder door het leven als de ongekroonde, maar wereldberoemde “Giant-Killer van de Gentse Meersen”.